Adri Duivesteijn Ziek | Adrianus Theodorus Duivesteijn is een politieke figuur in Nederland. Hij diende als lid van de Eerste Kamer, Tweede Kamer, raadslid en wethouder in Den Haag, evenals wethouder in Almere, onder de vlag van de Partij van de Arbeid. Na zijn wethouderschap in Den Haag was hij vijf jaar directeur van het Nederlandse Architectuurinstituut.

Adri Duivesteijn Ziek
Adri Duivesteijn Ziek

Adri Duivesteijn werd in 2014 terminaal ziek, maar leeft desondanks als bij wonder nog. De afgelopen zeven jaar is hij in en uit therapie geweest, daarvoor was hij wethouder in Den Haag en lid van de Eerste en Tweede Kamer voor de PvdA. “Het heeft een depressieve werking op bepaalde mensen.

In mijn voordeel ligt dat niet in mijn aard.” Duivesteijn wil deelnemen aan lokale gesprekken over zijn woonplaats Den Haag, waar hij bekend staat als uitgesproken.

Adri Duivesteijn kan het niet helpen dat hij af en toe voor verleiding bezwijkt. Uiteindelijk zegeviert zijn onvrede over het nieuwe Spuiplein over zijn wens om in deze moeilijke tijden vooral een prettige verdieping te presenteren. Dan is zijn schok over de teleurstelling van de aanstaande verbouwing gewoon te veel voor hem om te dragen.

Het is volgens het voormalig wethouder in Den Haag niet bekend hoe lang hij met de ziekte kan leven, blijkt uit een interview met Vrij Nederland. ‘Een van de meest fascinerende aspecten van het leven is dat je nooit weet wanneer je gaat sterven. Als gevolg hiervan geloof je voor een lange periode dat het leven grenzeloos is. ‘Die illusie van oneindigheid is ineens uit mijn bewustzijn verdwenen.’

Hagenaar Duivesteijn was onder meer wethouder en wethouder in Den Haag en lid van de Tweede Kamer. Op latere leeftijd werd hij verkozen tot wethouder van Almere en tot lid van de Eerste Kamer.

Adri Duivesteijn Ziek
Adri Duivesteijn Ziek

Als ik vandaag zou sterven, wil ik niet dat mijn laatste gedachte gaat over hoeveel tijd ik heb verspild. Ik heb het al eerder gezegd, en ik zeg het nog een keer: ik heb een leven geleid dat me enorm veel voldoening heeft gegeven. Als ik mezelf afvraag:

Hans Anderson, kwartiermaker en interim-directeur van het Nederlands Architectuurinstituut, benaderde Duivesteijn in de zomer van 1989 en vroeg of hij interesse had om de functie van directeur op zich te nemen. Duivesteijn kende het instituut omdat hij in de raad van bestuur zat.

Tot zijn verantwoordelijkheden behoorden onder meer het samenvoegen van de drie Amsterdamse onderdelen van het instituut tot één organisatie met een beleidsplan en het bouwen van nieuwe voorzieningen in één gebouw. Tegen de wens van de medewerkers had de raad van bestuur Rotterdam gekozen als locatie voor het hoofdkantoor.

Hiervoor was door de gemeente land naast museum Boijmans Van Beuningen gereserveerd en werd een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, waarbij Jo Coenen de eerste plaats behaalde. Toen Duivesteijn in september 1989 aantrad, was hij al ver in de ontwikkeling van het voorstel.

De eerste paal werd geslagen door Hedy d’Ancona, minister van Cultuur, op 29 februari 1992, na een moeizaam ontwerpproces waarin, naar goed Nederlands gebruik, het geld voor dit soort projecten onvoldoende bleek voor het programma van eisen, en na een lange bouwperiode. Op 29 oktober 1993 werd het gebouw officieel ingewijd door koningin Beatrix.

Het was senator Adri Duivesteijn van de PvdA’s stem in de Eerste Kamer op 17 december 2013, tijdens wat bekend is geworden als de “Nacht van Duivesteijn” , die zorgde voor de voortzetting van het door de toenmalige VVD onderhandelde huisvestingsakkoord Minister van Volkshuisvesting Stef Blok en daarmee een meerderheid in de Eerste Kamer.

Hij bleef trouw aan het huisvestingsakkoord dat hij eerder dit jaar had gesloten met oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP. Duivesteijn zag volgens hem alleen grote nadelen in die regeling voor de woningmarkt.

Adri Duivesteijn Ziek
Adri Duivesteijn Ziek

Zoals Duivesteijn later uitlegde, stemde hij er uiteindelijk mee in omdat het land anders in ‘chaos’ zou zijn beland als hij dat niet had gedaan. Er waren wel toezeggingen gedaan, zoals een taxatie van de verhuurdersheffing, die in 2016 voor corporaties op 1,7 miljard euro per jaar werd geschat.